De dood is terug uit Ispahaan

Na een ernstig auto-ongeluk word ik meer dood dan levend naar een ziekenhuis gebracht.
Het ambulancepersoneel besluit halverwege naar een ander ziekenhuis te gaan. Mijn vrouw en zoon wachten daardoor in het verkeerde ziekenhuis. Zij hebben mijn dood daarheen gelokt.

Om mijn taal weer te oefenen (ik was  door het ongeluk een deel van mijn woordenschat kwijt), heb ik het dichtbundeltje Mijn Dood en Ik  geschreven. Dit is een van de gedichten daarin. Het is een pastiche op een gedicht van P.N. van Eyck, die het zelf overigens ook had gejat.

De tuinman en de dood

Een Perzisch Edelman:
Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
Mijn woning in: ‘Heer, Heer, één ogenblik!

Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.

Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.

Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!’ –

Van middag -lang reeds was hij heengespoed-
Heb ik in ’t cederpark de Dood ontmoet.

‘Waarom,’ zo vraag ik, want hij wacht en,
‘Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?’

Glimlachend antwoordt hij: ‘Geen dreiging was ‘t,
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,

Toen ‘k ’s morgens hier nog stil aan ’t werk zag staan,
Die ‘k ’s avonds halen moest in Ispahaan.’

 – – – – –

uit: Verzameld Werk van P.N. van Eyck (1887-1954)

De dood is terug uit Ispahaan

Een Nederlander:
“Op sluipvoeten kwam de dood naderbij
Onverwacht stond hij donker aan mijn zij

Hij stak naar mij zijn bleek gebeende hand
En duwde me er mee zacht naar de kant

“Is het mijn uur nog niet”, vroeg ik bedeesd
“Nee”, zei hij kalm, “uw tijd is al geweest”

“Ik heb tevergeefs toen op u gewacht
Maar u was naar een and’re plaats gebracht”

“Dat spijt me zeer, antwoordde ik oprecht
Zo erg ben ik niet aan ’t leven gehecht“

“Geeft niet”, sprak hij, “ik was al voldaan,
‘k Had eerder wel mazzel in Ispahaan…’

 

 – – – – –

uit: Mijn Dood en Ik van Frans Collignon